bel

bel

bel

Boerderij Rhijnhart Alphen

Geschiedenis

Al in 1332 stond hier al een woning. In de acte van belening van 7 april 1332, beleende de heer Jan van Polanen toen: Dirck Vockens. ende Wouter sijn keefs zoon, gesamenderhant, met die wonnge daer Dirc Vockens nu ten tijde in woont, met 4,5 morfgen lants, daer se op staet, gelegen in den ambochte van Alphen". De omschrijving van deze boerenwoning luidde in de 17e eeuw: "een woninge met 4,5 margen lants gelegen in den ambachte van Alphen aen de Gousche sluys in een weer lants genaemt Fockensweer." Het is zeker dat er in 1638 4 morgen allodiaal land bij behoorde en dat de bezitting in het begin van de 18e eeuw werd aangeduid als: "een woninge met 20 mergen 300 roeden allodiaal en 4 mergen 300 roeden leenland, gelegen aan den hogen Rijndijk aan de Goudse sluys in Alphen, genaamd Rhijnhart".

Boerderij_Rhijnhart.01

Boerderij `Rhijnhart` aen de Gousche sluys te Alphen.
Deze boerderij is in 1933 afgebroken. 

Foto beschikbaar gesteld door Hans Belt. Waarvoor hartelijk dank.

Dirck Vockens en zijn bastaardzoon droegen na enkele jaren hun woning over aan Jan Dever. Daar vererfde het op Willem Pietersz. Dever. De boerderij kwam later in het bezit van zijn zoon Maarten Dever. In 1431 werd het overgedragen aan zijn zoon Adriaan Dever, die het in 1455 overdroeg aan Dammas Reynersz. Na vijf jaar deed Dammas de boerderij over aan Jacob Coppier Henriksz. Het bleef tot 1639 in de familie.

Maria Coppier van Calslagen verkocht de boerderij in 1638 aan Dorothe Clara de Jonge. Deze trouwde in 1646 met Maximilaan Booth, rentmeester van de Prins van Oranje in het Princeland en liet de boerderij bij haar overlijden in 1653 na aan haar zoon Johan Booth. De door hem tot hofstede en heerlijkheid gepromoveerde woning verkocht hij in 1700 aan mr. Hubert Rooseboom, heer van `s-Grevelsrecht, president van de Hoge Raad en curator van de Leidse Universiteit.

Maximiliaan_Booth

Maximiliaan Booth
geschilderd door Hendrik Noorderwiel

Bron: http://collectie.museumrotterdam.nl/objecten/10544-A


Voor meer informatie over Maximiliaan Booth en Johan Booth klik hier.


Na het overlijden van mr. Hubert Rooseboom werd Rhijnhart toebedeeld aan Brigitte Catharina van Schuylenburch, getrouwd met Steven Adriaan van Welderen.

De heer Steven Adriaan van Welderen was in 1732 eigenaar van de buitenplaats. Deze was 38 morgen, 50 roeden groot. De gebruiker was Egbert Belt. In 1756 komt Van Welderen nog als eigenaar voor, doch in 1790 was het in bezit van de heer Leonard de Thomeese. Deze bezat hier een huis en twee schuren.

Bewoners

  • 1332 - Dirck Vockens
  • - Jan Dever
  • - Willem Pietersz. Dever
  • - 1431 Maarten Dever
  • 1431 - 1455 Adriaan Dever
  • 1455 - 1460 Dammas Reynersz.
  • 1460 - Jacop Coppier Henrikdsz.
  • - 1639 Maria Coppier van Calslagen
  • 1639 - 1653 Dorothea Clara de Jonge x Maximilaan Booth
  • 1653 - 1700 Johan Booth
  • 1700 - 1730 Hubert Roosenboom
  • 1732 - Brigitte Catharina van Schuylenburch x Steven Adriaan van Welderen
  • 1790 - Leonard de Thomeese

Bronnen:

 


Archiefstukken betreffende boerderij `Rhijnhart` in Alphen

De stukken betreffende, eigenlijk het `huisarchief van` de boerderij Rhijnhart, zijn in 1949 aangekocht door de Historische Vereniging Alphen aan den Rijn en nadien overgedragen aan Streekarchief Rijnlands Midden. De stukken zijn afkomstig van de opeenvolgende eigenaren van Rhijnhart. De boerderij `Rhijnhart` lag aan de oostkant van de Gouwe, nabij de Goudse sluis, aan de Hoge Rijndijk, de weg van Leiden naar Utrecht. De aan de overkant van de weg tussen Rijn en dijk liggende uiterdijk behoorde ook bij de boerderij. Aan de hand van de stukken publiceerde J.W. van Zwieten in juni en juli 1949 een serie artikelen in het dagblad `Rijn en Gouwe` over de geschiedenis van de boerenwoning. De tekst van de artikelen is, aangevuld met andere gegevens, opgenomen in november 2005 in `De Viersprong` nr. 85 en als aanhangsel bij deze inventaris gevoegd. De inventaris van de archiefstukken is ingedeeld volgens de opeenvolgende eigenaren van Rhijnhart, waarbij een ononderbroken serie ontstond van transportakten, leenbrieven en stukken betreffende het onderhoud en de verpachting van de woning in de periode van 1639 tot 1873. Over de laatste jaren van het bestaan van de woning, tot de afbraak in 1933, geeft het genoemde artikel in `De Viersprong` informatie.

Eigendom van Dorothea Clara de Jonge (1639)

1. Akte van transport door Maria Coppier van Calslagen, aan Dorothea Clara de Jonge, van 20 1/2 morgen land te Alphen bij Gouwsluis in Steekt, en een woning met 4 1/2 morgen land, in leen gehouden van de heer van de Leck, 1639.

Eigendom van Johan Boot (1653)

2. Leenbrief, afgegeven door Lodewijck van Nassau, heer van der Leck etc., van de woning met 4 1/2 morgen land te Alphen in een weer land genaamd Fockers weer, ten behoeve van Johan Boot, bij overlijden van zijn moeder Dorothea Clara de Jonge, 1653.
3. Leenbrief door Claude Lamoral, prince de Ligne, aan Johan Boot, om twee paar broedende zwanen te mogen houden bij de woning Rhijnhart, 1656.
4. Akte van schuldbekentenis met hypotheekstelling, groot 5.300 gulden, ten laste van Joan Boodt ten behoeve van Jacobus en Hester van Halteren, waarbij Rhijnhart en de landerijen als onderpand werden gegeven, 1687, met authentiek afschrift, 1697; met bijlagen, 1688, 1690, 1700.

5. Akte van overeenkomst tussen Johan Boot, enige nagelaten zoon van Maximiliaan Boot en de Raden en rekenmeesters van de domeinen van de Prins van Oranje, betreffende geschillen ten aanzien van het beheer van Maximiliaan Boot als rentmeester van `t Princeland en de nieuw bedijkte Willems en Maria polders, 1685, afschriften, 17e eeuw.

6. Onderhandse akte van verkoop door Johan Boot aan Fredrick Cunes (of degene die hij binnen 3 dagen zal benoemen), van de woning met landerijen te Alphen bij de Goudse sluis, verhuurd aan Pieter Reijersse Swanenbeeck, groot ruim 25 morgen, waaronder 4 1/2 morgen leenland , 1700, met bijlage, z.j. (1700).

7. Akte van transport door Johan Boot aan Huijbert Roseboom van 20 1/2 morgen land en het leengoed hofstede Rhijnhart met 4 1/2 morgen land, 1701, met bijlagen, 1700, 1701.

8. Onderhandse akte van verkoop door Johan Boot aan Fredrick Cunes (of degene die hij binnen 3 dagen zal benoemen), van de woning met landerijen te Alphen bij de Goudse sluis, verhuurd aan Pieter Reijersse Swanenbeeck, groot ruim 25 morgen, waaronder 4 1/2 morgen leenland , 1700, met bijlage, z.j. (1700).

9. Akte van transport door Johan Boot aan Huijbert Roseboom van 20 1/2 morgen land en het leengoed hofstede Rhijnhart met 4 1/2 morgen land, 1701, met bijlagen, 1700, 1701.

Bron: http://www.archieven.nl

 stuurlinks  stuurrechts

.

Hoeve Amelrijck Booth

Aan de Oirschotseweg 117 staat de oudste boerderij van Nederland en West-Europa. De oudste gebinten van de boerderij dateren uit 1261. De Armenhoef ofwel de `Hoeve Amelrijk-Booth` wordt al in de 14e eeuw genoemd en behoort tot het buurtschap Aarle. Het was veruit de grootste boerderij in Best dat oudtijds tot de gemeente Oirschot hoorde. De aanduiding Armenhoef duidt erop dat de opbrengsten van de boerderij werden aangewend voor het levensonderhoud van arme lieden. De boerderij is nog in gebruik voor agrarische doeleinden. De boerderij is in 2011 aangewezen als gemeentelijke monument. De hoeve was eigendom van de Fundatie `Amelrijck Booth` uit Oirschot.

Hoeve_Amelrijck_Booth.03

De hoeve heeft een zeer belangrijke cultuurhistorische waarde vanwege de vroegere functie van armenhoef. Als zodanig vertegenwoordigt het een hoge zeldzaamheidswaarde omdat andere voorbeelden nagenoeg verdwenen zijn. Het is als voorheen grootste boerderij van Best een belangrijke hoeve uit cultuurhistorische oogpunt. De combinatie van een in de 17e eeuw `modern` stenen woonhuis en een schuur van het oude type maakt de hoeve tot een interessant cultuurhistorisch fenomeen.


 

Hoeve_Amelrijck_Booth.04

 

Het gebouw en met name het stalgedeelte is van grote architectonische waarde vanwege de ouderdom, de gaafheid van de complete constructie, van de hoofdvorm en van vele gaaf bewaarde details. De uitzonderlijk vroege bouwdatum verleent aan deze hoeve een zeer hoge historische en wetenschappelijke waarde. Vorm- en indeling zijn voor de bouwtijd representatief. De stalconstructie met het overstek heeft een zeer hoge zeldzaamheidswaarde. Indifferent is de detaillering van de gemoderniseerde vensters en deuren in het woongedeelte en hetzelfde geldt voor de dakbedekking met overstekken van het woongedeelte.


Hoeve_Amelrijck_Booth.05

 


 

Hoeve_Amelrijck_Booth.06

Hoeve_Amelrijck_Booth.07

Bron: Gemeente Best


 

Hoeve_Amelrijck_Booth.02 

De foto is gemaakt tijdens een melkcursus bij de `Armhoeve` die toen bewoond werd door de familie Swinkels.

Foto uit de collectie van Heemkundekring `Dye van Best`


Klik hier voor meer archeologische informatie over de Hoeve Amelrijck Booth

Zie ook Van Abbe Stichting. Klik hier.

Zie ook Adviesbureau voor Archeologie, bouwhistorie en cultuurhistorie. Klik hier.

Voor informatie over Amelrijck Booth klik hier en ook hier.

 

stuurlinks

stuurrechts

 

.

Hofstede Waterloo

‘Hofstede Waterloo’ is gebouwd in de Wilhelminapolder op Zuid-Beveland in de provincie Zeeland. Nadat in 1813 aan de heerschappij van Lodewijk Napoleon als koning der Nederlanden een einde was gekomen werd de Lodewijkspolder in 1815 omgedoopt in de Wilhelminapolder, naar de vrouw van koning Willem 1 (koningin Wilhelmina Frederica Louise).

De naam van ‘Hofstede Waterloo’ is symbolisch, om als het ware het definitieve afscheid van de Franse overheersing te benadrukken. In de volksmond werd deze ook wel `Hoeve nummer Een` genoemd.

Eind jaren tachtig brandde de schuur geheel af. Alleen het woonhuis is overgebleven. De oude schuur is inmiddels vervangen. In 2000 is hier een nieuwe aardappelbewaarplaats gebouwd, waarin 4000 ton aardappels kunnen worden opgeslagen.


Waterloo.1

`Hofstede Waterloo` is gebouwd vóór 1815. De foto is omstreeks 1900 genomen.


Waterloo.15

Foto ontvangen van Jannie Boot. 


Hofstede_Waterloo

Luchtfoto Hofstede `Waterloo`.


Waterloo.4

Toegangshek naar oude schuur van `Hofstede Waterloo`. Deze is een prooi van de vlammen geworden.


Waterloo.7

Waterloo.8

 Details toegangshek.


 

Waterloo.9

 

Waterloo.10

Plaats van de afgebrande schuur.


Waterloo.11 

 Wat nu van `Waterloo` is geworden. Een gigantisch aardappelopslagplaats naar Amerikaanse stijl, waarin 4000 ton aardappels kunnen worden opgeslagen.


De Blauwewijk en de Roodewijk.

De oude houten arbeidershuisjes die dateerden uit de kolonisatieperiode werden geleidelijk vervangen door stenen woningen. Rond 1920 werd de huizenbouw voltooid rond de hoeven Waterloo (bij buurtschap Blauwewijk) en Hongersdijk (bij buurtschap Roodewijk). De naam van de buurtschappen werd ontleend aan de kleur van de dakpannen van zowel de boerenhuizen als de arbeidershuizen (blauw en rood). Deze huizen zijn niet meer in eigendom van de Wilhelminapolder.


Waterloo.6

Arbeidershuisjes bij `Hofstede Waterloo` gelegen in buurtschap Blauwewijk in Wilhelminadorp (gemeente Goes).

Waterloo.5

 


 

Waterloo.12 

Op de achtergrond de boerderij en de arbeidershuisjes in buurtschap Roodewijk. 


Waterloo.13

 Uitzicht op Goes met op de achtergrond de televisietoren.


Waterloo.3

Boerenhuis `Hofstede Waterloo` anno 2010. 

Waterloo.2

© Foto`s: Herman Boot


Abraham Marinus Boot was van 1 oktober 1920 tot 1 februari 1958 als bedrijfsboer werkzaam op `Hofstede Waterloo`. Van hem is een persoonskaart bewaard gebleven.

Waterloo.14 

Met dank aan de Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder voor de informatie.


 

Oorkonde voor getoonde moed tijdens 2de Wereldoorlog

Dwight D. Eisenhouwer 5 sterren-generaal en later president van de USA beloonde Abraham Marinus Boot met een oorkonde. Ook van Arthur W. Tedder, de Air Chief Marshal,  Deputy Supreme Commander, Allied Expeditionary Force ontving hij een oorkonde.

Op dit moment (2015) zijn nog slechts enkele ooggetuigen in leven die gezien hebben dat een geallieerde bommenwerper op de terugweg naar Engeland werd neergehaald nadat deze boven Antwerpen zijn lading had gedropt. Het toestel kwam brandend neer achter de arbeidershuisjes bij de hoeve Waterloo in de Blauwe wijk bij Wilhelminadorp. Wat er kort daarna met de bemanning gebeurde, daarover is weinig bekend. Uit onderzoek blijkt wel dat het om een tienkoppige bemanning ging. Zij werden allen gered en zijn waarschijnlijk ondergedoken in de schuur van hoeve Waterloo. Bedrijfsboer Abraham (Bram) Boot verstopte de tien, mogelijk in de grote boerenschuur. Later blijkt dat deze mannen toch nog zijn opgepakt en daarna overgebracht naar een kamp in Duitsland. Zij werden daar bevrijd door de Russen. Inmiddels zijn allen overleden.

Ook de vrouw van Bram, Maatje Jannetje Boot-Markusse zal bij de verzorging van de militairen (eten, drinken, wassen) een rol hebben gespeeld. Haar schoondochter, Pieternella Boot-de Jager, weet nog dat Maatje kleren maakte van parachutestof.

Generaal Eisenhouwer heeft ook verschillende andere Nederlanders die behulpzaam zijn geweest bij het onderdak bieden aan piloten en ander vliegend personeel met een oorkonde beloond. Deze hulp was echter niet zonder gevaar want de bezetter kon deze dappere mensen behoorlijk straffen of zelfs  deporteren.

Waterloo.17

Amerikaanse oorkonde Abraham Boot met handtekening Eisenhower.

 

Waterloo.18

Engelse oorkonde Abraham Boot met handtekening Tedder

 

Waterloo.16

Vertaling Engelse oorkonde door ?

Met dank aan Pieternella Boot-de Jager en Jannie Boot


I Abraham Marinus (Bram) Boot is geboren op maandag 01-08-1892 in Oud-Vossemeer, zoon van Frans Marinus Boot en Sara Rijstenbil. Bram is overleden op maandag 20-10-1969 in Kapelle, 77 jaar oud. Woonplaats: Rilland-Bath. Beroep: vanaf 01-10-1920 tot 31-01-1958 landbouwer, bedrijfsboer op de Hofstede `Waterloo`.
Bram trouwde, 26 jaar oud, op woensdag 19-02-1919 in Wissenkerke [bron: genlias akte 3] met Maatje Jannetje (Maatje) Markusse, 26 jaar oud. Maatje Jannetje is geboren op 15-08-1892 in Kruiningen. Maatje is overleden op 09-08-1972, 79 jaar oud. Maatje: dochter van Steven Markusse en Jannetje de Jonge.
Kinderen van Bram en Maatje:

1 Sara Boot, geboren op 20-07-1920 in Olst. Volgt II-a.
2 Jannetje Boot, geboren op 14-07-1922. Volgt II-b.
3 Frans Marinus Boot, geboren op 20-04-1925 in Wilhelminadorp (Goes). Volgt II-c.

II-a Sara Boot is geboren op 20-07-1920 in Olst, dochter van Abraham Marinus (Bram) Boot en Maatje Jannetje (Maatje) Markusse. Sara is overleden op 20-06-2003 in Goes, 82 jaar oud. Zij is gecremeerd te Middelburg [bron: adv. Prov. Zeeuwse Courant]. Sara trouwde met W. Overbeeke (privé).

II-b Jannetje Boot (privé), dochter van Abraham Marinus (Bram) Boot en Maatje Jannetje (Maatje) Markusse. Jannetje trouwde met N.N. Hockner (privé).

II-c Frans Marinus Boot is geboren op 20-04-1925 in Wilhelminadorp (Goes), zoon van Abraham Marinus (Bram) Boot en Maatje Jannetje (Maatje) Markusse. Frans Marinus: geboren op de Hoeve `Waterloo` gelegen aan de Blauwewijk in Wilhelminadorp (Goes). Frans Marinus is overleden op 22-05-1994 in Steenwijk, 69 jaar oud.
Frans Marinus trouwde met Pieternella de Jager (privé).
Kinderen van Frans Marinus en Pieternella:

1 Abraham Marinus Boot (privé).
Abraham Marinus trouwde met Elisabeth Maria Schollen (privé).
2 Janna Adriana (Jannie) Boot (privé).

 

Klik hier voor meer informatie over deze familie.


 

 Index 13 personen

Achternaam Voornamen Geboren Gedoopt Overleden Relatie(s)
Boot Abraham Marinus 01-08-1892   20-10-1969 Nummer I
Boot Abraham Marinus (privé)      
Boot Frans Marinus 25-12-1860   23-02-1930 [Vader van I]
Boot Frans Marinus 20-04-1925   22-05-1994 Nummer II-c
Boot Janna Adriana (privé)      
Boot Jannetje (privé)     Nummer II-b
Boot Sara 20-07-1920   20-06-2003 Nummer II-a
Hockner N.N.       [Partner van II-b]
de Jager Pieternella (privé)      
Markusse Maatje Jannetje 15-08-1892   09-08-1972 [Partner van I]
Overbeeke W. (privé)      
Rijstenbil Sara 06-03-1858   06-04-1923 [Moeder van I]
Schollen Elisabeth Maria (privé)      

 

logoaldfaer   Gegenereerd met Aldfaer versie 4.2 (met aangepaste rapportgenerator) op 04-10-2010.

Privé: van de met (privé) gemerkte personen worden niet alle gegevens weergegeven in verband met bescherming van persoonsgegevens.

 

stuurlinks stuurrechts

.

Sander G. Boot

Steengaas geschiedenis in Twello

Ruim 80 jaar stond in Twello aan de Duistervoordseweg de steengaasfabriek. In 2001 sloot het bedrijf en begon op die plek `herbouw` van Twello`s centrum. De handelstak van het bedrijf verhuisde naar Deventer.

Steengaasfabriek

Boot bij enkele rollen steengaas die nog steeds door Ceves Vergeer worden geleverd.
Foto: Ab Hakeboom


De_Stentor

80-Jarige historie Steengaas Twello eindigde in 2001

dinsdag 22 januari 2008

TWELLO/DEVENTER - Steengaas. Haast iedere Twellonaar kent de naam nog van de voormalige fabriek. Maar wie heeft ooit het product gezien? Wie weet hoe het werd gemaakt en waarvoor het diende?
"Niet veel mensen", beaamt Sander Boot, telg uit de familie die de Steengaasfabriek groot maakte. Als laatste in de rij van eigenaren en directeur sloot hij eind 2001 het bedrijf. De opstallen verkocht Boot aan bouwbedrijf Nikkels dat grootschalige nieuwbouw pleegde op de steengaaslocatie.
De handelstak ging onder de naam Ceves Vergeer zelfstandig verder in Deventer. Onlangs nog legde Boot de eerste steen voor een nieuw bedrijfspand. Zelf is de 69-jarige Twellonaar niet meer bij dat bedrijf betrokken. Toen hij eind 2001 terugtrad als directeur verkocht hij ook de aandelen. "Maar ik loop nog wel eens binnen. Ik ken nog heel wat werknemers."
Wie in de jaren twintig de grondlegger was van de Twellose Steengaasfabriek is onduidelijk. Boot vermoedt dat het Stork was. Vast staat wél dat zijn vader het bedrijf nieuw leven inblies nadat het in Hengelo gevestigde moederbedrijf, de NV Nederlandse Steengaasfabriek in 1935 failliet ging. Boot senior was boekhouder bij de NV en kocht de Twellose bezittingen. In 1936 draaiden de machines weer.
"Mijn vader wist wat het bedrijf waard was. Hij wist ook wat er fout was gegaan en hoe het beter kon", zegt Boot die er aan toevoegt dat zijn vader ook een portie geluk had. "Zijn schoonmoeder had geld en ze was bereid om in het bedrijf te investeren."
Boots vader werd geboren in een familie die in de scheepsbouw zat. Een man met ondernemersbloed die zijn eigen weg ging toen zijn oudere broers hem het familiebedrijf uit werkten. Toen Boot senior eigenaar werd van de steengaasfabriek verhuisde hij met zijn gezin van Hengelo naar De Worp.
Met de oorlog op komst en de schaarste aan grondstoffen was het geen gelukkig moment om een bedrijf te beginnen. "In het laatste oorlogsjaar was er helemaal geen draad meer te koop en lag het bedrijf stil", weet Boot.
Na de oorlog groeide het Twellose bedrijf uit tot de grootste van de drie steengaasfabrieken in Nederland. Midden jaren zestig werkten er meer dan 30 mensen en ging jaarlijks drie miljoen vierkante meter steengaas vanuit Twello de wereld over. Het bedrijf hield het ook het langst vol toen de markt voor steengaas kromp.
Pas in 2001 sloot ook `Twello` de deur. Nu wordt alleen nog in Sankt Pölten in Oostenrijk steengaas geproduceerd. Daar staan zelfs machines die voorheen dienst deden in Twello.
Nog steeds wordt steengaas toegepast weet Boot al is het niet meer in de doorsnee bouw. "Hoofdzakelijk voor bijzondere vormgeving zoals je dat tegenkomt in bijvoorbeeld een pretpark."

Steengaas werd bedacht in Pruisen

Om uit te leggen wat het is, steengaas, legt Boot een monster op tafel.
Een stukje geweven mat van ijzerdraad met maaswijdte van 2 x 2 cm. met op de kruispunten klompjes gebakken rode klei.
"Die metalen matten werden in de fabriek in Twello geweven net als bij textielmachines met schering en inslag. Daarna werd de klei erop geperst tussen grote walsen en ging de mat in de oven."
De klei liet de steengaasfabriek aanvoeren uit kleigaten aan de Zeedijk in Terwolde. Boot bezit er nog tientallen hectares grond als natuurgebied. "Daar wonnen we vette klei, 70 procent afslibbaar. Als er te veel zand in zit, hecht het niet. Dan valt het uit elkaar."
De markt voor steengaas, legt Boot uit, kromp met de opkomst van gipsplaten. Daarvoor werd het meeste stucwerk aangebracht op een ondergrond van steengaas dat op wanden en plafonds werd gespannen. "De stukadoor drukte bij het pleisteren de natte gips door de gaatjes heen. Er vormde zich een torentje aan de achterkant dat omviel. Als dat was uitgehard hield je door de hechting aan de klei een strak plafond over.
Taai pleisterwerk dat slopers tot wanhoop dreef: een normaal muurtje sla je met een paar gerichte klappen van de hamer kapot maar dat lukt niet bij steengaas. Elke klap maakt een gaatje ter grootte van de hamerkop en er zijn veel klappen nodig om zo`n wand te vergruizen.
Het concept Steengaas is niet in Hengelo of Twello bedacht, weet Boot. Steengaas is een Duitse vondst. "Iemand in Pruisen kwam op het idee. Heel vroeger werd een gestukadoord plafond gemaakt op rietmatten. In de staat Pruisen gaf dat in de stallen voor de paarden problemen vanwege de damp. Het riet ging rotten en het pleisterwerk viel naar beneden. Een zekere Paul Stauss kwam na zeven jaar experimenteren met iets beters op de proppen in de vorm van steengaas. In Peitz werd de eerste fabriek gebouwd en van daaruit heeft zich het verspreid."

Bron: http://www.destentor.nl/deventer/2506811/80Jarige-historie-Steengaas-Twello-eindigde-in-2001.ece

Met hartelijke dank aan de heer S.G. Boot voor zijn instemming,
en aan De Stentor voor toestemming om het artikel over te mogen nemen.


Sander Gerrard Boot stamt af van het scheepsbouwergeslacht uit Alphen aan den Rijn.

Generatie 1 (kwartierdrager)

 1 Sander Gerrard Boot. Beroep: directeur Steengaasfabriek te Twello.

 Generatie 2 (ouders)

2 Gerrardus Boot, trouwde met:
3 Hermina van Vliet.
Kinderen van Gerrardus en Hermina:

I. Dirk Hendrik, trouwde met Johanna Jeanette Nieberg.

II. Sander Gerrard (Zie 1)

III. Letitia Hermgard, trouwde met Jan Berend Kan.

Klik hier voor het parenteel met meer gegevens over dit geslacht.

stuurlinks stuurrechts

 

.