bel

bel

bel

Pieter Boot - leraar

Pieter_Boot

Pieter (Piet) Boot is geboren op zaterdag 20-06-1953 in Dirkshorn, zoon van Iman Boot en Maatje Anna (Mattie) Boot en de mannelijke helft van tweeling met zus Kathy. Beroep: leraar klassieke talen. Piet bleef ongehuwd. Piet is overleden op vrijdag 09-09-2005 thuis in Amstelveen, 52 jaar oud.

Biografie van Pieter Boot, 1953 - 2005

Pieter Boot werd geboren in een gereformeerd gezin in Harenkarspel, Dirkshorn. Hij bezocht het Christelijk Lyceum Alkmaar, de voorloper van de Christelijke Scholengemeenschap Jan Arentsz aan de Fabritiusstraat en behaalde zijn gymnasium-b-diploma in 1971. Gegrepen door de prachtige lessen van zijn leermeesters dr. Jan Bouma en dr. Kant van Andel, de beide classici van het Christelijk Lyceum Alkmaar, besloot hij ook klassieke talen te gaan studeren. Daar voegde hij later nog wijsbegeerte aan toe. Hij studeerde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en behaalde voor klassieke talen zijn kandidaatsdiploma in 1975 en zijn doctoraaldiploma in 1979. In hetzelfde jaar behaalde hij ook het doctoraaldiploma wijsbegeerte.

Ondertussen had hij verschillende studentenbaantjes aan de universiteit. Van 1974-1975 was hij student-assistent op het Paedagogisch Instituut, van 1975-1979 was hij student-assistent bij de vakgroep Antieke en Patristische Filosofie. Daarnaast was hij actief in de studentenvereniging met verschillende functies. Van 1979 tot 1983 was hij wetenschappelijk ambtenaar I (promotie-medewerker) bij prof. dr. A.P. Bos bij de vakgroep Antieke en Patristische Filosofie.

Hij wilde promoveren op Plotinus, een wijsgeer uit de derde eeuw na Christus, die werd geëerd als de laatste grote klassieke filosoof en over een grote aanhang in het toenmalige Rome beschikte. Plotinus mocht een stad bouwen en besturen van de Romeinse keizer volgens de principes van Plato, maar dat werd geen succes. Zijn invloed op latere vroeg-christelijke filosofen was echter groot. Augustinus heeft zich bijvoorbeeld zeer in Plotinus verdiept. De promotie van Piet Boot vond plaats in 1984 met het proefschrift: `Plotinus, Over Voorzienigheid (Enneade III 2-3 [47-48])`. In het proefschrift geeft Piet Boot zijn uitleg en commentaar bij Plotinus` stelling: Alles komt van de Ene en keert naar de Ene terug.

Ondertussen was Piet Boot bestuurslid en vrijwilliger bij de Vereniging voor Vrijetijdsbesteding van verstandelijk Gehandicapten De Schakel te Amstelveen. Zijn eerste onderwijservaringen in het voortgezet onderwijs beleefde hij tijdens een stage op het Willem de Zwijgerlyceum te Hilversum. Universitaire onderwijservaring deed hij op tijdens een stage aan het Theologisch Instituut van de VU bij de vakgroep Antieke Filosofie. Daarna begon zijn loopbaan op de CSG Jan Arentsz, waar dr. Jan Bouma wegens ziekte diende te worden vervangen. Hij kon beginnen per 01-08-1983 dankzij bemiddeling van drs. Kant van Andel (die enkele jaren daarna ook promoveerde) en op 01-08-1984 trad hij in vaste dienst.

Een aantal jaren heeft hij het werk aan de school gecombineerd met een docentenfunctie op de SG Casimir te Amstelveen. Zeer gedreven, enthousiast docent, betrokken bij de leerlingen, open voor kritiek en verbeteringen, nooit een pessimist als het om verandering gaat, bereid om grote verantwoordelijkheden te dragen, veel gevoel voor humor en alle tijd voor leerling en collega als er geholpen kon worden met een probleem. Een begenadigd verteller. Zo praten zijn leerlingen en collega`s over hem. En terecht. Hij speelde mee in de meeste musicals van Rudi Oranje, promootte de gymnasiumafdeling met speciale excursies en de jaarlijkse reizen naar Xanten (brugklas), Leiden, Amsterdam, Maastricht en Keulen (klas 2 t/m 4) en naar Rome (klas 5). Er kwam enkele jaren geleden nog een reis bij voor de vierde klas naar Griekenland. Als voorzitter van de personeelsraad hielp hij de overlegstructuur van de school te verbeteren, ondersteunde hij de leerlingenraad en stond hij de directie terzijde met raad en daad. Zijn naam zal met ere worden genoemd op de school.

Met hartelijke dank aan de familieleden voor de medewerking en toestemming tot plaatsing.

Klik hier voor meer gegevens over de afstamming van Pieter Boot (verkort overzicht).

Klik hier voor meer gegevens over de afstamming van Pieter Boot (uitgebreid overzicht).

 

stuurlinks stuurrechts

.

Machteld Boot

Machteld Boot gebruikt na haar huwelijk als naam Boot-Matthijssen. Dat mag in Nederland sinds enige jaren.
Ze heeft achteenvolgens gewerkt bij Nederlands Rode Kruis, Instituut Clingendaal, Grotius Instituut, en is nu juridisch adviseur van de Nederlandse rapporteur mensenhandel. 

 


 

De_Volkskrant  

Privatisering oorlog vraagt om nieuwe regels

22 januari 2003 OPINIE, Machteld Boot en Cees Homan

Vroeger heetten ze huurlingen, nu `private military companies`. Hun steeds belangrijker wordende rol vraagt om regels, menen Machteld Boot en Cees Homan. 

De Amerikaanse firma Kellog, Brown and Root kwam de afgelopen week in Irak in opspraak, toen bekend werd dat de voeding die ze aan militairen verstrekte van slechte kwaliteit was en de keukens waarin dit bereid werd bijzonder onhygiënisch waren. Dit bedrijf is een dochteronderneming van de oliegigant Halliburton, waarvan de Amerikaanse vice-president Cheney vroeger directeur is geweest. Naast het verstrekken van voeding, die bereid wordt door goedkope koks uit Bangladesh en India, strekken de activiteiten van deze firma zich uit van het opzetten van tenten tot het bouwen van toiletten en het verdrijven van muskieten. 

Het bedrijf is een voorbeeld van de opkomst van de zogenoemde Private Military Companies (PMC`s), die een toenemende privatisering van de oorlogvoering tot gevolg heeft.  

Zo bedienden bij de aanval op Irak civiele contractanten van vier PMC`s geavanceerde wapensystemen aan boord van Amerikaanse marineschepen. Dat was tevens het geval met het onderhoud van onbemande Predator en Global Hawk vliegtuigen en B-2 bommenwerpers. Maar ook de Britten laten zich niet onbetuigd op dit gebied. Zo heeft Global Risk International Gurkha`s, para-militairen uit Fiji en naar verluidt ook ex-SAS veteranen ingehuurd om het hoofdkwartier van Paul Bremer te bewaken.  

Peter W. Singer van het Brookings Instituut in Washington schat dat er in Irak op iedere tien militairen één burgercontractant is. Dat is tien maal zoveel als in de eerste Golfoorlog in 1991. Belangrijke verklaringen voor deze ontwikkeling zijn onder meer de talrijke werkeloze militairen die na de Koude Oorlog op de arbeidsmarkt verschenen, de steeds hoogwaardiger technologie in de oorlogvoering en de privatisering van delen van de publieke sector.  

De inzet van PMC`s biedt regeringen een aantal voordelen. Het wapenembargo van de VN tijdens de oorlog op de Balkan, werd door de Amerikanen in 1995 ontdoken toen ze contractanten van Military Professional Resources Inc (MPRI) inhuurden om de Kroatische strijdkrachten te adviseren en te trainen. De Kroatische strijdkrachten voerden enige maanden later de operatie Storm uit, waarbij meer dan 100.000 Serviërs werden verdreven. Een ander voordeel van een civiele contractant is dat wanneer hij om het leven komt niet op de officiële slachtofferlijsten hoeft te worden vermeld. Het niet minst belangrijke voordeel is tenslott dat regeringen niet worden aangesproken op hun handel en wandel.  

In de Verenigde Staten is minister van Defensie Donald Rumsfeld een uitgesproken voorstander van het uitbesteden van ondersteunende taken aan de civiele sector. De omvang van de Amerikaanse krijgsmacht is sinds 1990 gereduceerd van 2,1 miljoen tot 1,4 miljoen militairen. Het gevolg is dat door de oorlog in Irak, maar ook door de conflicten in Afghanistan, Bosnië en Kosovo, meer reservisten en personeel van de Nationale Garde voor langere periode worden opgeroepen. Gezien de toenemende bezwaren die dit oproept, biedt de inschakeling van PMC`s een oplossing. Zo zijn inmiddels PMC`s voor de opleiding en training van de Iraakse krijgsmacht en politie ingehuurd.  

Meer omstreden is het contracteren van PMC`s voor het uitvoeren van gevechtsoperaties. Tegenstanders hiervan brengen velerlei bezwaren naar voren. Zo dient het geweldsmonopolie tot het domein van de staat te behoren, zouden PMC`s mensenrechten schenden en geen verantwoording hoeven af te leggen.  

Maar PMC`s bieden ook voordelen. Ze kunnen immers ingezet worden in situaties waarin westerse regeringen niet willen optreden en ze zijn bovendien vaak goedkoper. Daarnaast is een PMC sneller inzetbaar dan een multinationale vredesmacht. De secretaris-generaal van de VN blijft bij verzoeken om troepen te leveren voor vredesoperaties in Afrika regelmatig met lege handen staan.  

Een succesvol optreden van een PMC in Afrika was dat van Executive Outcomes in Sierra Leone enkele jaren geleden. Men wist daar zonder veel problemen de rebellen te beteugelen. Het prijskaartje dat aan deze 22 maanden durende operatie hing, bedroeg 35 miljoen dollar. Het jaarlijks budget van de VN-vredesmacht die later optrad bedroeg tegen de vijfhonderd miljoen dollar.  

Sir Brian Urquart, die beschouwd wordt als de peetvader van de vredeshandhaving, heeft zich dan ook laten ontvallen dat we PMC`s in een volmaakte wereld niet nodig hebben en ook niet zouden willen hebben, maar dat de wereld nu eenmaal niet volmaakt is.  

Om de genoemde bezwaren tegen PMC`s zoveel mogelijk te ondervangen, dienen hun activiteiten wel internationaal gereguleerd te worden. Zo zouden de Verenigde Naties de effectiviteit van troepen uit ontwikkelingslanden aanzienlijk kunnen verhogen door PMC`s te gebruiken om deze eenheden beter voor te bereiden op vredesoperaties, of transport en verbindingsmiddelen te verschaffen die veelal ontbreken.  

Daarbij moeten ook PMC`s worden gehouden aan naleving van de mensenrechten en, waar het gaat om gevechtshandelingen, ook van het oorlogsrecht.  

Al maakt de diversiteit van PMC`s het niet eenvoudig snel tot internationale afspraken te komen, het is hard nodig daartoe de eerste stappen te gaan zetten.

 

© 2003-2008 Clingendael

Last update: April 19, 2006


 

 

Machteld_Boot.3

12-12-2002


Noorderlicht

19-02-2002

Een gesprek met jurist Machteld Boot verbonden aan de Katholieke Universiteit Brabant over haar onderzoek naar de totstandkoming en de te verwachten effectiviteit van het ICC, het International Criminal Court.

Waarschijnlijk opent het International Criminal Court (ICC) al dit voorjaar in Nederland zijn deuren. U weet wel dat Hof waar Amerika niet aan mee wilde doen uit angst zelf voor de internationale rechters te worden gesleept.
In 1998 werden ruim 60 landen het in Rome eens over de instelling van het ICC, dat je zou kunnen zien als een permanente voortzetting van de Rwanda- en Joegoslavie Tribunalen. Het Hof gaat zich bezighouden met 3 categorieen misdrijven: volkerenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.
Afgelopen vrijdag promoveerde de jurist Machteld Boot aan de Katholieke Universiteit Brabant op een onderzoek naar de totstandkoming en de te verwachten effectiviteit van dit Hof. Voor dit onderzoek vlooide zij ondermeer de jarenlange onderhandelingen na over de precieze taken, en bevoegdheden van het ICC, en de discussies over hoe deze misdrijven gedefinieerd moeten worden.
Machteld Boot is hoofd van de sectie Humanitair oorlogsrecht van het Rode Kruis. Vrijdag, een paar uur voor de promotieplechtigheid sprak Ger Jochems met haar.


07-02-2002 

Universiteit_Twente

Persberichten

Promotie mr. Machteld Boot

Oorlogsmisdrijf of misdrijf tegen de menselijkheid?

Zijn de aanslagen op het WTC in New York oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid? Wat is genocide? Vallen `unlawful combattant`s` (`illegale strijders`) straks binnen de rechtsmacht van het permanent strafhof? Dit type vragen staat centraal in het proefschrift van Machteld Boot dat ze 15 februari 2002 om 14.15u verdedigt in de aula van de Katholieke Universiteit Brabant.

In 1998 werd in Rome overeenstemming bereikt over de inhoud van het Statuut van het permanent internationaal strafhof (ICC). Het treedt waarschijnlijk in maart in werking, zodra zestig landen het verdrag hebben geratificeerd. Vanaf dan kan het ICC rechtsmacht uitoefenen over individuen die worden verdacht van één of meer van de volgende misdrijven: genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Het onderwerp van deze studie betreft de definities van de misdrijven zoals die in het Statuut van Rome zijn neergelegd, waarbij de centrale vraag is hoever de materiële rechtsmacht van het hof nu reikt.
Het statuut bevat een formulering van het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel (`nullum crimen sine lege` geen misdrijf zonder wet), dat het ICC opdraagt de strafbepalingen strikt te interpreteren. Het legaliteitsbeginsel is in de meeste nationale strafrechtssystemen een fundamenteel uitgangspunt en houdt in dat individuen beschermd moeten worden tegen willekeurige vervolging, en dat individuen de mogelijkheid moeten hebben de strafrechtelijke consequenties van hun gedragingen te voorzien. De vraag is echter of dit beginsel in internationaal recht net zo werkt als in nationaal strafrecht. Uit Boot`s onderzoek naar dit beginsel en naar de definities van de misdrijven blijkt dat staten in het huidige Statuut van Rome in grote mate hun soevereiniteit boven humanitaire waarden hebben geplaatst.
Zowel in nationale als internationale rechtssystemen blijkt dat er paradoxen zijn in de toepassing van het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel. Op nationaal niveau kan de toepassing van het beginsel leiden tot een verbod om te vervolgen en te straffen, maar dit wordt anders wanneer de feiten `internationale misdrijven` betreffen. In een aantal gevallen is het legaliteitsbeginsel opzij gezet, bijvoorbeeld in processen die gevoerd zijn na de Tweede Wereldoorlog. Op dit moment is er nog geen sprake van een wereldgemeenschap die dezelfde normen en waarden aanhangt. De schending van een bepaalde norm zal daarom ook niet door iedereen worden gezien als een schending van de internationale rechtsorde, laat staan als een internationaal misdrijf. Toekomstige vonnissen van het permanent strafhof zullen daarom ook niet per definitie bijdragen aan het herstel van de internationale vrede en veiligheid: een doel dat vaak wordt genoemd in de strijd tegen straffeloosheid. Om dit doel ooit te kunnen bereiken is een eerste vereiste dat uitspraken van het strafhof staten overtuigen van een correcte uitoefening van rechtsmacht. Immers, om te functioneren is het strafhof afhankelijk van de medewerking van staten. Dat is de voornaamste reden waarom het strafhof het legaliteitsbeginsel uiterst serieus zal moet nemen en dan ook strikt zal moeten toepassen.

Machteld Boot (1971) was als AIO werkzaam op de Rechtenfaculteit van de Katholieke Universiteit Brabant. Tevens was zij verbonden aan de Onderzoekschool Rechten van de Mens (samenwerkingsverband tussen de rechtenfaculteiten van de KUB, UU, EUR, UM en T.M.C. Asser Instituut en de Letterenfaculteit van de UU). Sinds september 2000 is Boot werkzaam als juridisch adviseur humanitair oorlogsrecht bij het Nederlandse Rode Kruis te Den Haag, waar ze sinds juni 2001 hoofd van de Sectie Humanitair Oorlogsrecht is.


Noot voor de pers

  • Internationaal recht + strafrecht is niet gelijk aan internationaal strafrecht.
  • De kwalificatie `internationaal misdrijf` betekent op zichzelf niet dat een andere entiteit dan de staat waar een zodanig feit zou zijn gepleegd rechtsmacht mag uitoefenen op basis van het universaliteitsprincipe.
  • Een blik op de praktijk van de ad hoc Tribunalen alsmede de wetenschappelijke publicaties hierover leren dat strafrecht toegepast in een internationale context een bezinning op toepasselijke rechtsbronnen rechtvaardigt. De formulering van het legaliteitsbeginsel in het Statuut van Rome geeft eerder aan in hoeverre staten de rechtsmacht van het permanent strafhof hebben geprobeerd in te perken dan in welke mate zij individuele verdachten hebben willen beschermen tegen willekeurige vervolging en berechting door het strafhof. De formulering van het legaliteitsbeginsel in het Statuut van Rome heeft vooral een rol gespeeld in de vaststelling van de verhouding tussen staten en een permanent internationaal strafhof.
  • Bij de implementatie van het Statuut van Rome in nationale wetgeving dienen staten de reeds bestaande internationale verplichtingen voortvloeiend uit de Verdragen van Genève en andere regels van internationaal humanitair recht, alsmede de voortschrijdende ontwikkeling in dit deel van het recht, niet uit het oog te verliezen.
  • Gezien de telkens terugkerende discussie over de vraag of regels van internationaal humanitair recht en mensenrechten van toepassing zijn in een gegeven situatie dient nader onderzoek te worden verricht naar fundamentele regels van internationaal recht die altijd en overal gelden en waaraan iedereen gebonden is.
  • Het gebruik van de term `unlawful combatant` (`illegale strijder`) ondermijnt de bescherming die het internationaal humanitair recht tracht te bieden aan degenen die niet, of niet meer, deelnemen aan een gewapend conflict.
  • De idee dat een vreemdeling die strafbare feiten heeft gepleegd geen TBS kan worden opgelegd wanneer hij illegaal in Nederland verblijft, is discriminerend en houdt geen rekening met een maatschappelijk probleem van veiligheid. Een mens die hulp behoeft wordt bovendien hierdoor over een grens gezet die niet mag worden overschreden.
  • Tilburg is best gezellig.

Tilburg, 7 februari 2002

© 2007 Universiteit van Tilburg


Met dank aan Machteld Boot-Matthijssen
(dochter van onze adviseur drs. Ron Boot uit Utrecht)


Klik hier voor een boek geschreven door Machteld Boot 

stuurlinks stuurrechts

  

.