bel

bel

bel

Dominicus Boot

Akte Dominicus Boot 1597

 

Dominicus_Boot

 Afbeelding: © Copyright: Zeeuws Archief. Ambachtsheerlijkheid Sint Annaland 126.
Geplaatst met toestemming van het Zeeuws Archief, waarvoor onze dank.


Transcriptie:

Wy Pieter Henrickzoon hooftingelandt, Jan Pieterszoon Stoop ende Elias
Capelman heemraden vande lande van der Zype doen te weten allen dient behoort dat voor ons in propre persone
gecompareert is den E. Dominicus Boot Bailliu ende Dyckgraeff van de Zype voorsz. als procuratie ende speciale magt hebbende
van E. Christiaen Huygens secretaris inden raade van State der geünieerde Nederlantsche provintien ons hooftingelandt
ende heemraed geblecken ende alhier van woorde tot woorde geïnsereerd luydende aldus:

Op huyden den sevenden february
vyftienhondert seven ende tnegentich compareerde voor my notaris ende den getuygen hier nae genomineert Christiaen Huygens secretaris
inden Raed van State der geunieerde Nederlantsche provintien ende verclaerde dat alsoo hij veradverteert is deur den
eersame Dominicus Boot, Dyckgraeff ende Bailliu vande Zype, dat hij voor den comparant onlanx gecoft heeft van Adriaen Maerten Coetenburch
hooftingelandt vande Zype voorsz zevenenvartigh mergen vyfhondertagtenvartigh roeden lants volgens ende naer breede inhouden vande
coopcedulle daer van gemaect ende by den voorsz Boot ende Coetenburch geteuckent in date den xviii january xvczes ende tnegentich
hy comparant den selven Boot (die hy voor allen zyn goet debvoir in desen coop gedaen is bedanckende) heeft geconstitueert ende
machtich gemaeckt, constitueert ende maeckt machtich, gevende hem speciale last ende authoriteyt by desen omme uyt syns
comparants name ende van synen twegen vande cooppenningen ter somme van drieduysent vyff ende vyftig gulden van 40 grooten t stuck op de payen ende termynen inde voorsz coopcedulle vuytgesproocken ende begrepen, behoorlycke schultbrieff ten
behouve van de voorsz vercooper inde behoorlicker ende bestandige forme, te verlijden, mitsgaders behoorlicke transport, overdracht
ende gifte vande zelve landen met die ...... daer toe behorende naer costuyme van de Lande van de Zype voorsz tot zyn comparants
behouve te ontffangen ende te aenvaerden ende voorts alles hier inne te doen dat in gelycke ghiften ende opdrachten volgens de voorn costuymen
is van node ende dat hy comparante p(rese)nt wesende zelffs doen soude mogen, niet tegenstaende dat die saecke breeder off ....
speciaelder last dan voors. is mochte vereysschen, belovende hij comparant te approberen, voor goet, vast ende van waerde te houden ende te
doen houden ten ewigen dagen allen tgundt bij den voorn. Boot hier inne met deesen aencleven mach gedaen ende gehandelt sal werden
onder t verbant naer rechten daer toe staende. Aldus gedaen inden Hage, ten woonsteed vanden voorsz comparant ten dage ende jaere als
boven ter presentie van Willem vander Laerschot ende Jan van Breen, beyde wonende inden Hage voorsz, die als loffwaerdige
getuygen tot kennisse van deesen met my Govaerdt van Ryswyck, notaris publi(cus) bij den Hove van Hollant geadmitteert, zijn versocht ende gerequireert
ende de minute van deesen, beneffens de voorn. comparant hebben onderteyckent. Onder stont `Ten Oirconde` ende was onderteeckent GRyswyck.
not(ari)s.

Ende bekende hy comparant inde voors. qualite(ijt) ende vanwegen den voorn. Christiaen Huygens deuchdel(ick) schuldig te
wesen den voors. Adriaen Maertensz Coetenburch hooftingelandt van de Zijpe voors. ofte de houder van deesen de somme van drie
duysent vyf en vyftigh carolus gulden tot 40 groten Vlaems t stuck uyt saecke ende over de coop vande voors. zevenenveertig morgen lants
vyfhondert agt ende veertigh roeden gelegen inde Zype voorn(oem)t inde grote B inde cleyne h ende dartien morgen hondert achtentwintig
roeden inde grote E inde cleyne i, sestien morgen vierhondert twintig roeden by hem comparant uyten name als boven van voorn.
Coetenburch gecoft ende te dancke ontffangen, welcke voors. somme hy mits desen belooffde te betalen in twee termynen van 1527
gulden 10 stuvers, daer vooren verbindende ende stellende ten speciale ypoteque ende onderpand de voors. 47 morgen 548 roeden lants gelegen als voors. is, voorts general(ijck) alle sijns Christiaen Huygens roerende ende
onroerende goederen, tegenwoordich ende toecomende, gheen ter werelt uijtgesondert, submitterende de selve alle subject ende ten bedwanck van alle
rechten, rechteren ende executien. Alles sonder fraude. Ten oirconde hebben wij hoof(t) ingelandt ende heemraden voorn. alsoo wij gheen
en gebruycken, deese by hem comparant over hem doen segelen met het segel van de Zijpe, ende in deese bij ons tot verdere kennisse meede
geonderteeckent den 29 junij anno 1597. In kennisse van mijn vander voors. Zype, secretaris.


Samengevat:

Pieter Henricksoon hoofdingeland, Jan Pieterszoon Stoop en Elias Capelman heemraden van de lande van der Zijpe verklaren dat voor hen gecompareerd is Dominicus Boot baljuw en dijkgraaf van de Zijpe als gemachtigde van Christiaen Huygens secretaris van de Raad van State van de geünieerde Nederlandse provincien onze hoofdingeland en heemraad.
De procuratie luidt aldus: op 7 feb. 1597 verklaart voor notaris Govaerdt van Rijswijck en getuigen Christiaen Huygens secretaris van de Raad van State van de geünieerde Nederlandse provincien, dat Dominicus Boot dijkgraaf en baljuw van de Zijpe voor hem onlangs heeft gekocht van Adriaen Maerten Coetenburch, hoofdingeland van de Zijpe, 47 morgen 548 roeden land volgens de koopcedulle die door Boot en Coetenburch is getekend d.d. 18 jan. 1596. Hij (CH) machtigt Boot om uit zijn naam van de koopsom van 3055 gulden een schuldbrief (obligatie) te passeren voor de verkoper en het land bij transport voor hem (CH) te aanvaarden. Opgemaakt te `s-Gravenhage ten huize van CH in aanwezigheid van Willem vander Laerschot en Jan van Breen, beide wonende aldaar.
Dominicus Boot verklaart vanwege CH schuldig te zijn aan Adriaen Maertensz Coetenburch 3055 carolus gulden over de koop van de 47 morgen 548 roeden in de Zijpe te betalen in 2 termijnen van van 1527 gulden 10 stuivers, waarvoor het land en alle goederen van CH onderpand zijn. Opgemaakt 29 juni 1597, en bezegeld met het zegel van de Zijpe.

Dominicus Boot, Christiaan Huygens en Adriaan Maartensz Coetenburg hebben alle bezittingen in de polder De Zijpe boven Alkmaar; deze polder werd bedijkt in 1597.
De aanduidingen "grote B inde cleijne h" en "grote E inde cleijne i" zijn verwijzingen naar een kaart van de polder. Zie voor meer gegevens: P. Dekker, Oude Boerderijen en buitenverblijven langs de Zijper Grotesloot. Uitgeverij Pirola, Schoorl. dl 1 (1986), dl 2a (1988) dl. 2b (1991).

stuurlinks stuurrechts

 

.